Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15:1:16:1

Dragen van uniform of dienstkleding

Onderdeel van CAR/UWO

De ambtenaar is verplicht tijdens de vervulling van zijn betrekking de door het college voor die betrekking of voor bepaalde werkzaamheden voorgeschreven kleding of uniform en onderscheidingstekenen te dragen. Het deelnemen aan betogingen en optochten in het voorgeschreven uniform is de ambtenaar slechts toegestaan, indien daarvoor door of namens het college toestemming is gegeven. Het is de ambtenaar verboden om bij gekleed gaan in uniform insignes of andere onderscheidingstekens of in dienst uniformkledingstukken te dragen, een en ander voor zover die niet van gemeentewege zijn verstrekt of voorgeschreven of tot het dragen waarvan niet door het college vergunning is verleend. Dit verbod is niet van toepassing ten aanzien van ordetekenen tot het aannemen of dragen waarvan door het hoger bestuursorgaan verlof is verleend. Het college stelt, op voorstel van het sectorhoofd, per functie de te verstrekken kleding en bijbehorende uitrusting vast. Het college verstrekt de daarvoor in aanmerking komende ambtenaren de kleding en uitrusting, die eigendom van de gemeente blijft. Op voorstel van het sectorhoofd wijst het college de gevallen aan, waarin op grond van buitengewone omstandigheden in de werksituatie reparatie en reiniging van de kleding ten laste van de gemeente komt. Indien naar hun oordeel de uitoefening van de functie extra slijtage aan c.q. vervroegde vervanging van eigen kleding met zich meebrengt, terwijl, eveneens naar hun oordeel verstrekking van kleding niet op haar plaats is, stelt het college ten aanzien van die functie een onkostenvergoeding vast. In aanvulling op de voorgaande leden kan het college nadere regels stellen met betrekking tot het dragen van kleding.

Rechtspraak bij dit artikel