Indien het college op grond van door hen ingewonnen inlichtingen van oordeel is, dat
de ambtenaar niet regelmatig of niet voldoende studeert, waardoor hij niet in staat kan worden geacht zijn opleiding binnen de termijn, bedoeld in artikel 17:4:5:1 te volbrengen of
de reden voor de toekenning van de tegemoetkoming is vervallen,
zijn zij bevoegd de verleende opleidingsfaciliteiten – al dan niet tijdelijk – in te trekken. Deze intrekking vindt echter niet plaats, indien de ambtenaar aannemelijk maakt, dat de onregelmatige of onvoldoende studie of het vervallen van de reden voor toekenning het gevolg is van feiten of omstandigheden, die niet aan hem zelf zijn te wijten.
De ambtenaar is verplicht de inlichtingen te geven, die het college voor de toepassing van dit hoofdstuk nodig acht.