Gedurende een periode van maximaal twee jaren vanaf het moment van indiensttreding bij de gemeente Eindhoven heeft de ambtenaar, die naar het oordeel van het bevoegde gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen, tenzij van gemeentewege al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij de plaats van tewerkstelling, benevens een tegemoetkoming voor ten hoogste eenmaal per week in de reiskosten naar de plaats waar hij metterwoon nog gevestigd is.
De tegemoetkoming in pensionkosten bedraagt voor de ambtenaar die gewoonlijk met gezinsleden samenwoont 90% en voor de overige ambtenaren 60% van de betaalde pensionkosten, voor zover deze kosten niet uitgaan boven de door het college redelijk geoordeelde pensionkosten.1
De tegemoetkoming in reiskosten voor gezinsbezoek dan wel voor het bezoeken van de plaats waar de ambtenaar nog is gehuisvest is gelijk aan de kosten van het gebruik van het openbaar vervoer en wel naar het tarief van de laagste klasse.
De betaling van de vergoedingen, zoals bedoeld in de voorgaande leden wordt stopgezet na een afwezigheid van zes aaneengesloten weken. Hervatting van de betaling vindt plaats vanaf de maand volgend op de maand van hervatting van de werkzaamheden.
Geen aanspraak op tegemoetkoming in pensionkosten bestaat indien de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte kosten niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij het college is ingediend.
voet11 140% van het bedrag als bedoeld in artikel 18:1:4:1 lid 1 onder b