Voor zover niet anders aangegeven en voor zover niet betrekking hebbend op de functie van lid van de directieraad worden de volgende bevoegdheden met inachtneming van gestelde voorwaarden en beperkingen gemandateerd aan de directieraad of een daartoe door de directieraad aangewezen lid van de directieraad:
Alle bevoegdheden als genoemd in de artikelen 1a:1:1:2 en 1a:1:1:3 EAR.
Het bepalen wie in aanmerking komt om een exemplaar van de CAR, EAR en andere regelingen, alsmede de wijzigingen daarvan te ontvangen als bedoeld in artikel 1:4:2:1 EAR.
Het vaststellen van functieprofielen en functieniveaus als bedoeld in artikel 2:2:1:1 EAR en artikel 3 van de Bezoldigingsregeling.
Het bepalen van functies waarvoor een geneeskundig onderzoek deel uitmaakt van de selectieprocedure en de aanwijzing van de geneeskundige(n) daarvoor, als bedoeld in de artikel 2:2 en 2:3 CAR.
Het toepassen van het artikel 2:1B:1:1 EAR.
Het toepassen van artikel 2:1B:1:2 EAR.
Het aangaan van een detacheringsovereenkomst.
Het op de volgende onderdelen toepassen van de Bezoldigingsregeling 2006 voor zover er financiële ruimte binnen de loonsom aanwezig is:
het toekennen van een arbeidsmarkttoelage als bedoeld in artikel 13;
het toekennen van een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel 14;
het toekennen van een ambtstoelage als bedoeld in artikel 15.
Vaststellen van inconveniënten als bedoeld in de Inconveniëntenregeling
Het besluiten tot afwijking van artikel 6:2:4:1 EAR met betrekking tot het overschrijven van verlofuren naar een volgend kalenderjaar.
Buitendienststelling van de ambtenaar als bedoeld in artikel 7:2:6 EAR
Toekenning van een aanvullende uitkering bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst (7:5 CAR ), verstrekking van een daarmee samenhangende overlijdensuitkering (7:6 CAR) en vergoeding kosten geneeskundige verzorging (7:7 CAR)
Het staken van doorbetaling bezoldiging (7:13:1 en 7:13:2 EAR), het opleggen van sancties (7:14 CAR) en toepassing van artikel 7:15:1 EAR.
Ontslagverlening als bedoeld in de artikelen 8:3, 8:3:1:1, 8:4, 8:5, 8:5a, 8:6, 8:7, het derde en vierde lid van artikel 8:12, 8:12:1:1, 8:17 en 8:18 CAR/EAR.
Schorsing, als bedoeld in artikel 8:15:1 EAR, ontzegging van de toegang, zoals bedoeld in artikel 8:15:1:1 EAR en het nemen van maatregelen als bedoeld in artikel 8:15:2 EAR. Indien het college deze besluiten niet bevestigt binnen twee onmiddellijk op de dag van schorsing volgende vergaderingen, vervallen deze besluiten van rechtswege.
Het vastleggen van maatregelen van orde ten aanzien van het verblijf in kantoren, werkplaatsen en andere arbeidsterreinen als bedoeld in artikel 15:1d CAR.
Het beoordelen van ontvangen opgaven van nevenwerkzaamheden als bedoeld in artikel 15:1e CAR.
Het geven van voorschriften met betrekking tot kleding, uniformen of onderscheidingstekenen en het verstrekken van kleding en uitrusting aan ambtenaren, als bedoeld in artikel 15:1:16:1 EAR.
Het opleggen van de verplichting om in of meer nabij de plaats van tewerkstelling of in een dienstwoning te gaan wonen, als bedoeld in artikel 15:1:17:1 EAR.
Het ontvangen van de kennisgeving van de ambtenaar, het verbieden om de betrekking te vervullen en het ontzeggen van de toegang tot dienstgebouwen, - lokalen en –terreinen, alsmede het geven van aanwijzingen zoals bedoeld in artikel 15:1:20:1 CAR/EAR.
Het afdoen van verzoeken om een vergoeding van schade aan privé kleding en uitrusting wegens een dienstongeval, tot een bedrag van € 10.000,-.
Het aanwijzen van ruimten, waar de ambtenaar mag roken, als bedoeld in artikel 15:1:32:1 EAR.
Het geven van een oproeping om voor een commissie te verschijnen als bedoeld in artikel 15:1:32:2 EAR.
De bevoegdheid tot:
het geven van een opdracht tot gerichte controle op e-mail en internetgebruik als bedoeld in het derde lid van artikel 7 en het tweede lid van artikel 8,
de bevoegdheid om te bepalen dat persoonsgegevens langer worden bewaard als bedoeld in het eerste lid van artikel 9
het geven van een beschikking op het door een medewerker aangetekende verzet tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens als bedoeld in het vierde lid van artikel 11. van de Gedragscode voor het gebruik van e-mail- en internetfaciliteiten.
Het opleggen van disciplinaire straffen genoemd in artikel 16:1:2:1, eerste lid, onder a t/m d EAR.
Het aanwijzen van een verantwoordingscommissie, als bedoeld in artikel 16:1:3:1 EAR.