Een daartoe aangewezen lid van de directieraad neemt een besluit omtrent het al dan niet openstellen van de vacature voor gedwongen mobiliteitskandidaten.
De sector P&O beziet aan de hand van het vacaturemeldingsformulier of er binnen de gemeente gedwongen mobiliteitskandidaten aanwezig zijn, die in beginsel voor de functie in aanmerking kunnen komen.
Gedwongen mobiliteitskandidaten zijn ambtenaren:
die als gevolg van opheffing van hun functie, of verandering van inrichting van de organisatie (het organisatiedeel waarvan zij deel uitmaken), of inkrimping van de personeelsformatie niet langer geplaatst zijn in een door het college vastgestelde formatieplaats;
waarvoor in de personeelsbegroting geen financiële dekking bestaat;
die op grond van artikel 7:16 passende arbeid kan worden opgedragen;
waarvoor het college, op basis van zwaarwegende redenen, plaatsing op een andere functie noodzakelijk acht.
Daarvoor in aanmerking komende gedwongen mobiliteitskandidaten worden door de sector P&O aan de vacaturehouder voorgesteld, waarna selectie volgt door de in artikel 2:2:1:4 beschreven selectiecommissie.
Gedwongen mobiliteitskandidaten worden benoemd op de functie indien die hem, in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten, redelijkerwijs kan worden opgedragen.
Mocht zich tussen de gedwongen mobiliteitskandidaten geen met inachtneming van de in het vijfde lid genoemde criteria voor de functie geschikte persoon bevinden, dan wordt hiervan melding gemaakt op het vacaturemeldingsformulier. Dit wordt vergezeld van de concept-afwijzingsbrieven voorgelegd aan een daartoe aangewezen lid van de directieraad. Laatstgenoemde besluit tot hetzij vrijgave van de vacature voor verdere werving conform artikel 2:2:1:3, hetzij benoeming van een mobiliteitskandidaat indien naar zijn mening voldaan is aan het bepaalde in het vijfde lid.