Voor vakantie-uren waarop de ambtenaar aanspraak heeft op grond van artikel 6:2:1:1, 6:2:2:1, 6:2:4:1 en het zevende lid van artikel 6:2:4:2, maar die met ingang van de dag van ontslag nog niet zijn verleend wordt een vergoeding gegeven.
Deze vergoeding is gelijk aan het uurloon van de ambtenaar voor elk niet verleend vakantie-uur.
Te veel genoten verlof op de datum waarop de betrekking is geëindigd wordt verrekend. Voor zover mogelijk vindt verrekening plaats door compensatie met een positief urensaldo. Voor het overige vindt de verrekening indien mogelijk plaats door een inhouding op het nog uit te betalen salaris, de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering; het te verrekenen bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig het tweede lid van dit artikel.