De raad delegeert de uitoefening van de navolgende bevoegdheden aan Burgemeester en Wethouders:
Bevoegdheden inzake ruimtelijke omgeving en wonen:
Het vaststellen van de wijkindeling.
Het vaststellen en wijzigen van het beloop van bij raadsbesluit benoemde straten.
De naamgeving van straten, waarbij altijd eerst advies wordt gevraagd van het betrokken wijkorgaan.
- Het toepassen van de volgende bepalingen uit de Wet ruimtelijke ordening: 3.26, lid 1, 3.27, lid 1, 3.28, lid 1, 3.29, lid 1, 3.34, lid 1, 3.36, lid 1, 3.40, lid 1, 3.41, lid 1 en 3.42, lid 1.
Het besluit om al dan niet een exploitatieplan bij te stellen bij het vaststellen van een wijzigingsbesluit, als bedoeld in artikel 3.6, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.
Overige bevoegdheden:
Het beslissen op aan de raad gerichte verzoeken om informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur.
Het nemen van de procedurebesluiten als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht ingeval een aanvraag tot het geven van een beschikking gericht is aan de raad.
Het na overleg met de betrokken commissie van advies naar voren brengen van de zienswijze van het gemeentebestuur omtrent de ontwerpbegroting en begrotingswijzigingen van gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente deelneemt, voorzover een en ander past binnen de gemeentebegroting.
De uitvoering van artikel 7:1a Algemene wet bestuursrecht, voor zover met ‘bestuursorgaan’ wordt bedoeld de raad.