Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Maassluis 2012 (2011-27)

1. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit artikel 13 van de IOAW/ IOAZ of de uit artikel 30c, tweede of derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen, anders dan de verplichting bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c IOAZ, niet of onvoldoende nakomt, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd. 2. Het eerste lid is gelijkelijk van toepassing op de belanghebbende die een uitkering ontvangt op grond van de IOAW, wanneer hij de op basis van artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op hem rustende verplichtingen schendt. 3. Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel