**1.** Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;b. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, met uitzondering van de gedraging die schending van de inlichtingenplicht inhoudt; ofc. de gedraging die een schending van de inlichtingenplicht inhoudt langer dan vijf jaar geleden heeft plaatsgevonden
**2.** Het college kan afzien van 3het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
**3.** Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Maassluis 2012 (2011-27)