Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 17

Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening tot wijziging van de verordening op de heffing en invordering van Reinigingsheffingen 2012

De rechten bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid en artikel 12, eerste tot en met vierde en zesde lid zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, respectievelijk belastingkwartaal of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar, respectievelijk belastingkwartaal aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde, respectievelijk derde gedeelten van de voor dat jaar, respectievelijk kwartaal verschuldigde rechten als er in dat jaar, respectievelijk kwartaal, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingschuld in de loop van het belastingjaar respectievelijk belastingkwartaal eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde, respectievelijk derde gedeelten van de voor dat jaar, respectievelijk kwartaal verschuldigde rechten als er in dat jaar respectievelijk kwartaal, na einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. van de rechten als bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid vindt alleen plaats na restitutie van het aantal ter beschikking gestelde afvalzakken als in de periode waarover aanspraak op restitutie bestaat maximaal zou kunnen worden aangeboden. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel