Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.7

Verplichtingen van de vergunninghouder

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Emmen

De vergunninghouder is verplicht: er voor te zorgen dat alle in het kamerverhuurpand aanwezige ruimten, die zijn bestemd voor gemeenschappelijk gebruik, met inbegrip van tuinen en erven, bij voortduring in ordelijke en zindelijke staat worden gehouden, zulks onverminderd de plicht van de eigenaar of de vergunninghouder dan wel de bewoners om uit hoofde van andere wettelijke voorschriften daaraan te voldoen; de in het kamerverhuurpand woonachtigen op de in lid 1 van dit artikel vermelde verplichtingen te wijzen, door middel van een op een voor allen toegankelijke plaats achter glas op te hangen schriftelijke kennisgeving, welke zodanig bevestigd moet zijn, dat zij bij voortduring duidelijk zichtbaar en leesbaar is, alsmede ervoor zorg te dragen dat de bewoners hun verplichtingen genoemd in artikel 2.8 nakomen; de vergunning en de daarbij behorende gewaarmerkte tekening achter glas op te hangen of te bevestigen op een plaats, die voor de in artikel 75 van de Wet bedoelde ambtenaren steeds toegankelijk is en op zodanige wijze, dat genoemde stukken bij voortduring duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn; in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de vergunning is opgehangen of bevestigd, een duidelijk leesbaar opschrift aan te brengen met de naam, het adres, de woonplaats en het telefoonnummer van de vergunninghouder en dit opschrift bij iedere wijziging van de gegevens onmiddellijk dienovereenkomstig aan te passen; er voor te zorgen, dat het gebouw naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is voorzien van de mogelijkheid om zich op hygiënische en veilige wijze van afval te ontdoen; er voor te zorgen, dat het kamerverhuurpand beschikt over de vereiste vluchtwegen, rookmelders en blusmiddelen; er op toe te zien, dat de in het gebouw aanwezige vluchtwegen van elke belemmering worden vrijgehouden; er op toe te zien, dat de in het gebouw aanwezige rookmelders naar behoren functioneren en maandelijks worden gecontroleerd op een goede werking; er voor te zorgen, dat de aanwezige blusmiddelen conform artikel 2.4.2, derde lid, van het Gebruiksbesluit worden onderhouden; alle op het verlenen van onzelfstandige woonruimte betrekking hebbende bescheiden en beschikkingen krachtens deze verordening vereist of gegeven, ter onmiddellijke beschikking te hebben en deze op eerste aanvraag van de in artikel 75 van de Wet bedoelde ambtenaren ter inzage over te leggen; aan burgemeester en wethouders binnen 24 uur schriftelijk mededeling te doen van het onbruikbaar worden van het gebouw of een gedeelte daarvan als gevolg van brand of een andere calamiteit; er voortdurend voor zorg te dragen, dat het kamerverhuurpand en de daarin aanwezige ruimten blijven voldoen aan de bij of krachtens de bouwverordening, het Gebruiksbesluit en het Bouwbesluit 2003 gestelde bepalingen, alsmede de door burgemeester en wethouders vastgestelde uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in artikel 2.9; de vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat een registratie wordt bijgehouden van de personen die worden gehuisvest in het kamerverhuurpand en dat die registratie tenminste één jaar bewaard blijft. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de wijze waarop de in dit artikel bedoelde registratie moet worden gedaan en de wijze waarop daarvan boek moet worden gehouden. de vergunninghouder is verplicht aanwijzingen, hen door de in artikel 75 van de Wet bedoelde ambtenaren gegeven, direct op te volgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel