** 1. .** Ter nadere invulling van artikel 20 lid 2 van de ASV kan het college in het kader van de beoordeling van de subsidievaststelling toestaan dat een instelling het behaalde resultaat op door de gemeente verleende subsidie(s) mag doteren aan het eigen vermogen. De gemeente beoogt hiermee te voorzien in de risico’s in de bedrijfsvoering en draagt hiermee bij in de continuïteit van de relatie.
** 2. .** Deze regeling is voorbehouden aan relaties/instellingen waarmee een langdurige(r) subsidierelatie bestaat dan wel wordt beoogd, zijnde een zogeheten samenwerkingspartner, die:
gedurende tenminste 3 opeenvolgende kalenderjaren een subsidie heeft ontvangen van tenminste € 100.000,- waarbij voor bestaande relaties geldt dat in deze jaren is voldaan aan de verplichtingen zoals opgenomen in artikel 17 lid 3 of lid 5 van de ASV;
en
bij welke het aandeel van de gemeentelijke subsidie in het totaal van de baten in de geconsolideerde jaarrekening tenminste 25% en maximaal 75% bedraagt.
** 3. .** Dotaties aan het weerstandsvermogen zijn uitsluitend met instemming van het college mogelijk in het “fonds subsidies gemeente Groningen”. Wij definiëren dit fonds zoals bedoeld in richtlijn 640 inzake de verslaglegging van organisaties zonder winststreven.
Wij stellen tenzij anders overeengekomen geen beperkingen aan de hoogte van de jaarlijkse dotatie anders dan dat deze uitsluitend mogelijk zijn indien het totale beschikbare weerstandsvermogen lager is dan het totaal van het vastgestelde risicoprofiel.
Deel 1 › Paragraaf 1.2
Artikel 5
Samenwerkingspartner en fonds subsidies gemeente Groningen
Onderdeel van Nadere regels subsidies gemeente Groningen