Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 Cultuur › Paragraaf 6.1

Artikel 6:1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Nadere regels subsidies gemeente Groningen

In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de ASV 2024 wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: de cultuurnota: de door de gemeenteraad van Groningen vastgestelde, op dit moment geldende cultuurnota; noodzakelijke kosten: kosten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van activiteiten waarvoor het college op grond van dit hoofdstuk subsidie kan verlenen onder aftrek van de op die activiteiten betrekking hebbende baten, met als minimum de inkomstennorm; inkomstennorm: het percentage van de overheidsbijdragen dat instellingen minimaal aan eigen inkomsten verwerven, zoals publieksinkomsten of sponsoring. Het percentage bedraagt tenminste 21,5%; eigen inkomsten: publieksinkomsten, inkomsten uit particuliere fondsen, overige inkomsten, directe opbrengsten, sponsorinkomsten en overige inkomsten; indirecte opbrengsten en overige bijdragen; subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan, overige bijdragen uit publieke middelen, rentebaten en overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap; specifieke voorzieningen: voor de looptijd van de geldende cultuurnota gesubsidieerde instellingen van zeer verschillende aard, kleinschaliger dan kernvoorzieningen en waarvan het aanbod een aanvulling vormt op dat van de kernvoorzieningen, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; amateurkunst: een activiteit op het gebied van muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur, beoefend in de vrije tijd, die voor de kunstbeoefenaar geen primaire inkomstenbron oplevert; kunstvakopleiding: elke door de rijksoverheid erkende beroepsopleiding voor kunstenaars op Universitair of HBO niveau; kunstprofessional: vakmatig beoefenaar van kunst en cultuur met professionele kennis en ervaring; Kunstraad Groningen: onafhankelijke instelling die voor de provincie en de gemeente Groningen (onder meer) subsidieaanvragen voor kunst- en cultuurprojecten beoordeelt en daarover adviseert, dan wel subsidies in mandaat verleent; actieve kunstdeelname (cultuurparticipatie): het zelf beoefenen van een kunst- of cultuurdiscipline, zoals muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur; podiumkunsten: hier wordt muziek, dans, theater onder 1 noemer genoemd verzamelnaam voor kunstvormen die een tijdelijk waarneembaar: product opleveren, waarvoor ze afhankelijk zijn van uitvoerende kunstenaars, bijvoorbeeld: toneel, opera, muziek, cabaret en dergelijke; beeldende kunst: verzamelnaam van kunstvormen die een duurzaam, optisch waarneembaar object voortbrengen, dat onafhankelijk van zijn schepper voort bestaat; daarmee is zij tegengesteld aan podiumkunsten; voorbeelden zijn schilderkunst, grafische kunst, film en beeldhouwkunst; immaterieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, in de vorm van gebruiken, verhalen en gewoonten; materieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn, zoals voorwerpen in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten en landschappen; letteren: activiteiten die zich richten op de promotie of productie van literatuur en poëzie of vallen onder de kerntaken van de openbare bibliotheek zoals benoemd in de bibliotheekvisie, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 30 maart 2011; culturele beurzen (stipendia): subsidies in de vorm van een geldbedrag voor een door het college uitgeschreven uitdaging, toe te kennen op basis van beoordeling door een jury. Cultuurnota (2021): het document met de titel Kunst en Cultuur voor Iedereen, Cultuurnota 2021-2024 zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 18 november 2020. Kadernota cultuur 2021-2028: het kader waarin het gemeentelijk cultuurbeleid is geformuleerd voor de jaren 2021-2028; Cultuurnota 2025-2028: het uitvoeringsplan waarin de gemeente aangeeft op welke manier ambities waargemaakt gaan worden en welke instrumenten daarop worden ingezet. professionele kunstinstelling: een organisatie in de cultuursector werkend met beroepskrachten of kunstprofessionals; uitvoerende amateurkunstinstelling of lesaanbieder: een instelling of vereniging waar men les kan volgen of uitvoering geeft aan de in lid g genoemde activiteiten. erfgoedinstelling: een instelling die zich bezighoudt met collectievorming en -beheer, presentatie en educatie van cultuurhistorisch erfgoed; cultuurpijlers: instellingen met een landelijke uitstraling en cofinanciering vanuit het Rijk. Deze instellingen zijn een belangrijke pijler binnen hun sector en bieden ondersteuning aan andere instellingen door bijvoorbeeld samenwerking. Eurosonic Noorderslag (popmuziek), Groninger Museum (musea), Noordwoord (letteren), Noorderzon (festivals), NNO (klassieke muziek), Het Houten Huis (jeugdtheater), Club Guy&Roni en NITE (dans en toneel), Kunstpunt (gemeentelijke cultuurpijler beeldende kunst), Grand Theatre (gemeentelijke cultuurpijler talent), Vera/ Simplon (gemeentelijke cultuur popmuziek); steunfunctie: een ondersteunende provinciale instelling die culturele instellingen bijstaat door inzet en expertise en versterkt hiermee de culturele sector); kernvoorziening: een grote instelling met een breed aanbod voor een breed publiek, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; ontwikkelingsinstelling: een instelling die werkt aan een omslag/ koerswijziging. Museum aan de A, Centrum voor Kunst en Cultuur Haren; artistiek-inhoudelijke kwaliteit: de artistieke-inhoudelijke kwaliteit drukt de culturele waarde van een organisatie uit op het gebied van presentatie, productie of inhoudelijke, ondersteunende en educatieve activiteiten. Het profiel van de instelling bepaalt de context voor de artistieke kwaliteit; bedrijfsmatige gezondheid: bedrijfsmatige gezondheid gaat over professionaliteit van de organisatie en ondernemerschap. Het gaat om de beoordeling van de in het plan voorziene mensen, middelen en marketing in relatie tot de uitvoering van de voorgenomen inhoudelijke activiteiten. En de toepassing van de culturele codes; maatschappelijke betekenis: daaronder verstaat de gemeente Groningen dat de activiteiten bijdragen aan realisatie van één of meerdere ambities en strategieën overeenkomstig het de kadernota cultuur 2021-2028; Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en de creatieve industrie; Governance Code Cultuur: een normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties Code culturele diversiteit: instrument om culturele diversiteit structureel in de instelling te verankeren; Code Diversiteit en Inclusie: De Code Diversiteit & Inclusie is een gedragscode van, voor en door de Nederlandse culturele en creatieve sector over diversiteit en inclusie. De code is een instrument van zelfregulering; cultuuronderwijs: het doelbewust leren over en met kunst, erfgoed en media via gerichte instructie, zowel binnen als buiten school.

Rechtspraak bij dit artikel