Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.16

Artikel 8:117

Eindverantwoording

Onderdeel van Nadere regels subsidies gemeente Groningen

1. . Subsidieontvanger dient uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. 2.. Bij de aanvraag overlegt de subsidieontvanger in ieder geval: Omschrijving van de uitgevoerde verduurzamingsmaatregelen; Facturen horend bij de subsidiabele activiteiten; Kopie van de verleende omgevingsvergunning, wanneer deze verplicht is voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd. 3. . Het college kan naar aanleiding van de aanvraag om vaststelling van de subsidie controle verlangen van de uitgevoerde maatregelen. De aanvrager van de subsidie zal hiertoe de benodigde medewerking verlenen. 4.. Wanneer bij vaststelling blijkt dat er voor de uitgevoerde gesubsidieerde activiteiten een omgevingsvergunning verplicht is, maar aanvrager geen omgevingsvergunning kan overleggen kan de subsidie lager of op € 0,- vastgesteld worden. 5.. In geval uit controle naar de uitvoering van de maatregelen naar het oordeel van het college is gebleken dat de maatregelen niet, niet geheel conform de aanvraag of ondeskundig zijn aangelegd, kan in het geval van subsidieverlening de subsidie op een lager bedrag of op € 0,- worden vastgesteld en reeds betaalde subsidie worden teruggevorderd. 6.. In het geval de subsidie direct is vastgesteld kan de subsidievaststelling worden ingetrokken of gewijzigd. Reeds betaalde subsidie kan worden teruggevorderd. 7.. Het subsidiebedrag wordt bij vaststelling, na aftrek van de bevoorschotting, overgemaakt op het bij de aanvraag door de subsidieontvanger verstrekte zakelijke bankrekeningnummer.

Rechtspraak bij dit artikel