Naar hoofdinhoud

Deel 1 › Paragraaf

Artikel 2

Indieningsvereisten

Onderdeel van NADERE REGELS SUBSIDIES GEMEENTE GRONINGEN

1.. Als een aanvraag om een jaarlijkse subsidie niet voor de uiterste indieningsdatum is ingediend, stelt het college de aanvrager eenmaal in de gelegenheid de aanvraag alsnog in te dienen. Het college stelt daarvoor een uiterste datum voor welke de aanvraag moet zijn ingediend. 2. . Het college neemt te laat ingediende aanvragen om subsidieverlening niet in behandeling tenzij de aanvrager aannemelijk maakt dat sprake is van overmacht, ter beoordeling door het college. 3. . Als een verplicht subsidiedocument tijdig maar onvolledig is ingediend, stelt het college de aanvrager eenmaal in de gelegenheid om dit aan te vullen. Het college stelt daarvoor een uiterste datum, voor welke de aanvulling moet zijn ingediend. De beslistermijn schort op voor de duur van de gestelde termijn. 4. . Als een subsidieaanvrager niet in staat is een verplicht subsidiedocument tijdig in te dienen wegens omstandigheden die het college zijn aan te rekenen dan zal het college de indieningsdatum opschorten. De opschorting eindigt zodra de hiervoor bedoelde omstandigheden zich niet meer voordoen. Het college maakt de opschorting van de indieningsdatum schriftelijk aan de subsidieaanvrager of -ontvanger bekend. 5. . Als de in lid 3 bedoelde uiterste termijn ongebruikt is verstreken, doet het college schriftelijk mededeling van die constatering en stelt zij de aanvrager op de hoogte van de consequenties van dit verzuim. Dit kan zijn: de aanvraag buiten behandeling stellen; subsidie ambtshalve vaststellen; het opleggen van een sanctie. 6. . Indien het college besluit een sanctie op te leggen bestaat deze uit een verlaging van de subsidieverlening met 1% van de verleende subsidie tot een maximum van € 100,00 voor elke dag na die waarop het college het verzuim heeft vastgesteld tot aan de dag waarop het verzuim is opgeheven. Betreft het in lid 3 bedoelde verzuim een aanvraag om subsidievaststelling dan bestaat de sanctie uit een verlaging van de subsidievaststelling met 1% van het bedrag waarop de subsidie zou zijn vastgesteld tot een maximum van € 100,00 voor elke dag na die waarop het college het verzuim heeft vastgesteld tot aan de dag waarop het verzuim is opgeheven. 7. . Zodra drie maanden zijn verstreken sinds de dag waarop het college het verzuim als bedoeld in de leden 3 en 6 van dit artikel heeft vastgesteld, kan het college de subsidieverlening intrekken of ambtelijk vaststellen.

Rechtspraak bij dit artikel