Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 Cultuur

Artikel 6:1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Nadere regels subsidies gemeente Groningen

In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: de cultuurnota: de door de gemeenteraad van Groningen vastgestelde, op dit moment geldende cultuurnota; aanvraagperiode: een door het college te bepalen tijdvak waarin subsidieaanvragen kunnen worden ingediend voor activiteiten waarvoor op grond van dit hoofdstuk subsidie kan worden verleend; noodzakelijke: kosten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van activiteiten kosten waarvoor het college op grond van dit hoofdstuk subsidie kan verlenen onder aftrek van de op die activiteiten betrekking hebbende baten, met als minimum de inkomstennorm; inkomstennorm: het percentage van de overheidsbijdragen dat instellingen minimaal aan eigen inkomsten verwerven, zoals publieksinkomsten of sponsoring. Het percentage bedraagt tenminste 21,5%; eigen inkomsten: publieksinkomsten, inkomsten uit particuliere fondsen, overige inkomsten, zijnde directe opbrengsten, sponsorinkomsten en overige inkomsten; indirecte opbrengsten en overige bijdragen. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan, overige bijdragen uit publieke middelen, rentebaten en overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap; kernvoorziening: een grote instelling met een breed aanbod voor een breed publiek, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; specifieke voorzieningen: voor de looptijd van de geldende cultuurnota gesubsidieerde instellingen van zeer verschillende aard, kleinschaliger dan kernvoorzieningen en waarvan het aanbod een aanvulling vormt op dat van de kernvoorzieningen, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; amateurkunst: een activiteit op het gebied van muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur, beoefend in de vrije tijd, die voor de kunstbeoefenaar geen primaire inkomstenbron oplevert; kunstvakopleiding: elke door de rijksoverheid erkende beroepsopleiding voor kunstenaars op Universitair of HBO niveau; kunstprofessional: vakmatig beoefenaar van kunst en cultuur met professionele kennis en ervaring; Kunstraad Groningen: onafhankelijke instelling die voor de provincie en de gemeente Groningen (onder meer) subsidieaanvragen voor kunst- en:cultuurprojecten beoordeelt en daarover adviseert, dan wel subsidies in mandaat verleent; [vervallen.] actieve kunstdeelname: het zelf beoefenen van een kunst- of cultuurdiscipline, zoals muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur; podiumkunsten: verzamelnaam voor kunstvormen die een tijdelijk waarneembaar:product opleveren, waarvoor ze afhankelijk zijn van uitvoerende:kunstenaars, bijvoorbeeld toneel, opera, muziek, cabaret en dergelijke; beeldende kunst: verzamelnaam van kunstvormen die een duurzaam, optisch waarneembaar object voortbrengen, dat onafhankelijk van zijn schepper voort bestaat; daarmee is zij tegengesteld aan podiumkunsten; voorbeelden zijn schilderkunst, grafische kunst, film en beeldhouwkunst; immaterieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, in de vorm van gebruiken, verhalen en gewoonten; materieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn, zoals voorwerpen in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten en landschappen; letteren: activiteiten die zich richten op de promotie of productie van:literatuur en poëzie of vallen onder de kerntaken van de openbare bibliotheek zoals benoemd in de bibliotheekvisie, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 30 maart 2011; culturele beurzen: Subsidies in de vorm van een geldbedrag voor een door het college uitgeschreven uitdaging, toe te kennen op basis van beoordeling door een jury. cultuurnota: het document met de titel Kunst en Cultuur voor Iedereen, Cultuurnota 2021-2024 zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 18 november 2020.

Rechtspraak bij dit artikel