Burgemeester en wethouders zijn bevoegd sloopwerkzaamheden stil te
leggen, indien er wordt gesloopt:
zonder sloopvergunning, als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid
van deze verordening;
in afwijking van een sloopvergunning, als bedoeld in artikel
8.1.1, eerste lid van deze verordening;
zonder melding van het sloopvoornemen, als bedoel in artikel
8.2.1, eerste lid van deze verordening;
in afwijking van de voorschriften die zijn gegeven in de
mededeling, als bedoeld in artikel 8.2.1, eerste lid van deze
verordening;
in afwijking van de voorschriften inzake de plichten bij het
slopen, opgenomen in de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.5 van
deze verordening;
in afwijking van de voorschriften van het
Asbestverwijderingsbesluit, zoals laatstelijk gewijzigd, zijnde
de Algemene Maatregel van Bestuur, bedoeld in de artikelen 24,
35, vierde lid en 39, derde lid van de Wet milieugevaarlijke
stoffen, alsmede in de artikelen 8, achtste lid, juncto 8,
tweede lid, onderdelen d en h en 110, eerste lid van de
Woningwet; of
in afwijking van artikel 8.4.1 van deze verordening, indien en
voor zover het vergunningsvrij slopen betreft.