Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris
ambtelijke bijstand tenzij:
het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
dit het belang van de gemeente kan schaden;
het bijstand, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c,
betreft en het raadslid reeds volledig gebruik heeft gemaakt
van het hem op grond van artikel 5, eerste lid, beschikbaar
gestelde aantal uren ambtelijke bijstand.
De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
eerste lid geweigerd wordt.
Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
raadslid dat het verzoek heeft ingediend.
Paragraaf 1:
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2002