Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5Procedure

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Subsidieverordening allochtonenorganisaties 2002

Lid 1. subsidieaanvraag en -verlening De subsidieaanvraag en -verlening vinden twee maal per jaar plaats. Subsidies op grond van deze regeling worden achteraf betaald. In januari wordt subsidie betaald op basis van de uitgevoerde activiteiten tussen 1 januari en 30 juni van het voorgaande jaar. Tevens wordt in januari de helft van de subsidie op basis van het aantal leden met op 1 januari van het voorgaande jaar. In juli wordt subsidie betaald op basis van de uitgevoerde activiteiten tussen 1 juli en 31december van het voorgaande jaar, Tevens in juli de andere helft van de subsidie op basis van het aantal leden op 1 januari van het voorgaande jaar. Voor de bepaling van het uiteindelijk subsidiebedrag van een subsidietijdvak wordt ook de in het voorgaande jaar ontvangen totale subsidie betrokken. De subsidie van een bepaald subsidietijdvak bestaat dus uit drie componenten: Het bedrag op basis van de uitgevoerde activiteiten in een halfjaar (b.v. ƒ 3. 000, -); Het bedrag aan subsidie ontvangen in het voorgaande jaar (b.v. ƒ 9.500, -) Het bedrag aan subsidie op basis van het aantal leden in het voorgaande jaar (b.v.ƒ 845, -). Berekening van de subsidie gaat dan als volgt: A + (B/2) + C = 3.000, - + (9.500/2) + 845 = ƒ 8.595 = ƒ 4.297,50 2 2 2 ======== Deze rekenmethodiek wordt toegepast om pieken te voorkomen. Ook wordt hierdoor opgevangen dat organisaties die in een bepaald subsidietijdvak geen activiteiten uitvoeren, toch subsidie ontvangen. Zie voor de berekeningswijze bijlage 1 en 2 van deze toelichting. Lid 2. Volledige aanvraag Hiermee wordt bedoeld dat NIET goed c.q. onvolledig ingevulde formulieren (die de basis vormen van de subsidieaanvraag) door B&W kunnen worden afgewezen. In de praktijk zal de betrokken vereniging echter eerst worden gevraagd het verzuim te herstellen. Lid 3. en 4. De inhoud van deze twee leden wordt in bijlagen 4 tot met 10 toegelicht. Belangrijk: Voor artikel 11, leden 1 tot en met 5, geldt dat de in dit artikel bedoelde activiteiten- en presentielijsten door de organisaties moeten worden bewaard. Op de lijsten die voor de subsidieaanvraag naar de gemeente worden gestuurd kan volstaan worden met alleen de postcode van de deelnemers en toevoeging: man of vrouw. Omtrent de ledenlijsten het volgende: de organisatie moet een ledenadministratie bijhouden waarin de gegevens van de leden staan vermeld, inclusief het door het lid ondertekende aanmeldingsformulier. Mocht de gemeente desgewenst de volledige ingevulde B activiteitenlijsten willen inzien dan dient de organisatie de gemeente deze mogelijkheid te bieden. Indien de organisatie op grond van privacy overwegingen de controle door de gemeente niet wenst, kan de organisatie de controle door een accountant laten verrichten en de gemeente zijn bevindingen over de juistheid van de administratie laten meedelen. De kosten hiervan zijn geheel voor rekening van de organisatie en zijn niet subsidiabel. Indien niet anders is vermeld zijn alle stukken die de organisatie naar de gemeente stuurt met de subsidieaanvraag openbaar.

Rechtspraak bij dit artikel