Voor de definiëring van de doelgroep is gekozen voor het begrip allochtonen in plaats van migranten. Onder migranten worden vaak arbeidsmigranten verstaan. Dus migranten dekt de lading niet omdat ook veel organisaties van mensen uit vluchtelingenlanden en landen met een niet Europees/westers cultuur onder deze regeling vallen.
Voor deze regeling komen organisaties in aanmerking die personen in zich verenigen uit de in lid 1. t/m 5 van dit artikel genoemde landen. Onder deze personen wordt in deze verordening verstaan de eerste en tweede generatie. Dit houdt in dat kleinkinderen van deze personen voor deze regeling niet meer als allochtonen worden beschouwd. Uitgangspunt is dat voor deze groepen de nagestreefde inburgering in het algemeen zijn beslag heeft gekregen.
Organisaties van allochtonen uit landen die niet in deze verordening worden genoemd en toegelaten willen worden, moeten kunnen aantonen te voldoen aan de eisen van de “Subsidieverordening allochtonenorganisaties 2002” ( SVAO 2002). Indien zij aan de eisen voldoen kunnen zij een verzoekschrift aan het College van B&W richten om tot de regeling te worden toegelaten.
Hoofdstuk 5Procedure
Artikel 2
Doelgroep
Onderdeel van Subsidieverordening allochtonenorganisaties 2002