Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 22

Voorwerpen en beplanting

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof Veenendaal

1.. Op een particulier graf, een particulier kindergraf, een particulier urnengraf en een algemeen graf kunnen potplanten en bloemen in vazen of andere losse voorwerpen worden geplaatst. Tevens is het toegestaan op een graf losse bloemen te leggen. 2.. De oppervlakte van een particulier (kinder)graf kan door de rechthebbende van het graf worden beplant met gewassen. De beplanting mag, ook in volwassen staat, de vastgestelde grafoppervlakte niet overschrijden of moet door snoei binnen de gestelde proporties worden gehouden. De gewassen mogen niet hoger zijn dan 120 cm. 3.. Gewassen die buiten de in lid 2 bedoelde oppervlakte geplant worden, overhangen of de hoogte zoals in lid 2 is opgenomen overschrijden, kunnen van gemeentewege verwijderd worden, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. 4.. Het is verboden winterharde beplanting en materialen, zoals grind, boomschors of ander (verhardings)materiaal buiten de grafoppervlakte aan te brengen. 5.. Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de gebruiker indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder. 6.. Het is niet toegestaan planten of andere gedenktekens achter te laten op het strooiveld.

Rechtspraak bij dit artikel