**1..** Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Beheerverordening begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
**2..** Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Beheerverordening begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop de Beheerverordening begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof toegepast.
**3..** De volgende regels zijn uitsluitend van kracht voor het “oude gedeelte” van de begraafplaats, dat wil zeggen voor de graven zonder letteraanduiding en de graven gelegen in de vakken A, B, D en E. Deze regels zijn eerder vastgesteld bij raadsbesluit van 18 januari 1961. Deze regels gelden alleen voor bestaande graven. Voor nieuwe graven in dit gedeelte gelden de regels, zoals in deze verordening vastgelegd.
Afmetingen van de graven (raadsbesluit 1961)
De afmetingen van de grondruimte en de maximumafmetingen (buitenwerks) van de grafruimte zijn als volgt:
Soort graf
Afmetingen van de grondruimte
Maximumafmetingen (buitenwerks) van de grafruimte
Grafkelder
Gemetseld graf
Grondgraf
Algemeen graf
Algemeen kindergraf
3,00 x 6,00 m
1,50 x 3,00 m
1,25 x 3,00 m
1,00 x 3,00 m
1,00 x 3,00 m
2,25 x 5,65 m
1,25 x 2,65 m
0,75 x 2,65 m
0,75 x 2,65 m
0,75 x 2,65 m
Aantal bijzettingen (raadsbesluit 1961)
Een grafkelder wordt geacht ruimte te bieden voor zes lijkkisten van normale grootte.
Een gemetseld graf, een grondgraf en een algemeen graf worden geacht elk ruimte te bieden voor drie lijkkisten van normale grootte.
Een algemeen kindergraf wordt geacht ruimte te bieden voor acht lijkkisten.
Onderhoud van de graven (raadsbesluit 1961)
Een rechthebbende is verplicht het eigen graf en de daarop geplaatste grafmonumenten in behoorlijke staat, dit ter beoordeling van het college, te onderhouden en schoon te houden.
Bij nalatigheid van de rechthebbende kan het college hem aanschrijven binnen een maand de door hen noodzakelijk geachte voorzieningen te treffen. Wordt aan deze aanschrijving niet of niet volledig voldaan, dan is het college bevoegd deze voorzieningen te treffen of – indien zij hieraan de voorkeur geeft – hetgeen naar haar oordeel niet behoorlijk wordt onderhouden of schoongehouden op te ruimen, een en ander opkosten van de nalatige.
Het onderhouden en schoonhouden van eigen graven en de daarop geplaatste grafmonumenten kan aan de gemeente worden overgedragen, echter slecht dan wanneer die eigen graven en de daarop geplaatste grafmonumenten in behoorlijke staat verkeren. Bij twijfel of iets behoort tot het onderhouden en schoonhouden beslist het college.
Uitgifte van graven
Het recht tot begraven voor onbepaalde tijd dat is verleend bij deze graven eindigt op het tijdstip waarop de begraafplaats op grond van de Wet op de lijkbezorging gesloten wordt verklaard (raadsbesluit 1961) of de rechthebbende afstand doet van het graf.
Graven uitgegeven voor onbepaalde tijd waarin het in art. 28 aangegeven maximaal aantal lijkkisten is bijgezet, kunnen niet worden geruimd en onder de voorwaarden van 1961 opnieuw worden benut om lijkkisten bij te zetten. Wanneer het graf op verzoek van de rechthebbende geruimd wordt en rechthebbende wil hier opnieuw laten begraven, gelden de regels voor een eigen graf, zoals in deze verordening opgenomen.
Hoofdstuk XI
Artikel 30