In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid, WI).
In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de inburgeringsplichtige het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal termijnen te betalen. Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij inburgeringsplichtigen die algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met deze uitkering. Als het college wil overgaan tot verrekening, moet dat worden vastgelegd in de beschikking tot toekenning van de inburgeringsvoorziening.
Bewust wordt in dit artikel in de verordening alleen een kader vastgelegd door te stellen dat het college in de beschikking zal vastleggen hoe de eigen bijdrage wordt geïnd. Gedachte hierachter is dat het college, indien juridisch mogelijk, de eigenbijdrage in zet als een positieve incentive. In die zin dat deze bij het behalen van het inburgeringsdiploma binnen de termijn van 3 jaren gecompenseerd wordt aan de inburgeraar.
Artikel 5.
De inning van de eigen bijdrage
Onderdeel van Verordening inburgering gemeente Rijssen-Holten