Naar hoofdinhoud
1.. Het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester kan inspraak verlenen met betrekking tot een beleidsvoornemen. 2.. Inspraak wordt in ieder geval verleend wanneer dit is voorgeschreven bij wet, provinciale -, regionale - of gemeentelijke verordening. 3.. Er wordt geen inspraak verleend als het beleidsvoornemen: bij of krachtens wettelijk voorschrift van inspraak is uitgesloten of al bij of krachtens wettelijk voorschrift in een openbare voorbereidingsprocedure is voorzien; is gebaseerd op hogere wet- en regelgeving die het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid biedt; betrekking heeft op de begroting, de rekening, de tarieven voor gemeentelijke dienstverleningen, belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; het beleidsvoornemen van ondergeschikte betekenis is dan wel uitsluitend of hoofdzakelijk om juridisch-technische dan wel redactionele redenen plaatsvindt; het beleidsvoornemen uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; het beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat de uitkomst van de inspraak niet kan worden afgewacht; het belang van de inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving. 4. . Er kan besloten worden om af te zien van inspraak als: de insprekers al op een andere manier in een vroeg stadium bij de voorbereiding van het beleidsvoornemen zijn betrokken en voldoende aannemelijk is dat het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester daardoor alle relevante belangen bij zijn afweging heeft kunnen betrekken; het beleidsvoornemen rechtstreeks voortvloeit uit een beleidsvoornemen waarover al inspraak heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel