Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2011

1.. Aan een belanghebbende wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd, indien deze naar het oordeel van het college: geen of onvoldoende medewerking verleent aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid (artikel 9 van de wet en artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen); de inlichtingenplicht niet of onvoldoende nakomt (artikel 17 van de wet en artikel 38 van de Bbz); tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toont of zich zeer ernstig misdraagt. 2.. Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel