Naar hoofdinhoud
1.. Een melding voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken dient van tevoren schriftelijk bij het college te worden gedaan. Bij de melding wordt een werktekening gevoegd waarbij aangegeven wordt: een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen; de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal; de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s); het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop; of op de linker, voor- of bovenzijde van het monument het nummer van het graf wordt aangebracht. 2.. Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort. 3.. De lengte en de breedte van het gedenkteken mogen die van het graf niet overschrijden. 4.. De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden. 5.. Gedenktekens dienen deugdelijk bevestigd te worden op gewapende betonnen platen van de volgende afmetingen: voor een keldergraf: een afmeting gelijk aan die van het gedenkteken een dikte van 6,5 cm; voor een particulier graf met een liggend gedenkteken dan wel een combinatie van een liggend en een staand gedenkteken: een afmeting gelijk aan die van het gedenkteken en een dikte van 5 cm; voor een particulier graf met een staand gedenkteken, met of zonder beplanting: een afmeting van 60 cm x 90 cm en een dikte van 5 cm.

Rechtspraak bij dit artikel