De uitkeringsgerechtigde dient algemeen geaccepteerde deeltijdarbeid in dienstbetrekking te hebben verricht dan wel arbeid hebben verricht in een deeltijd-dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening, zodanig dat hij hiermee naar het oordeel van het college heeft bijgedragen aan zijn arbeidsinschakeling.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 5
Artikel 23
Voorwaarde
Onderdeel van Verordening re-integratiesubsidies en re-integratiepremies Horst aan de Maas