Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 6

Voorwaarden loonkostensubsidies

Onderdeel van Verordening re-integratiesubsidies en re-integratiepremies Horst aan de Maas

1.. De werkgever en belanghebbende hebben een arbeidsovereenkomst gesloten op basis van geldende CAO-voorwaarden. 2.. Het op basis van de gesloten arbeidsovereenkomst te verkrijgen loon moet zodanig zijn dat belanghebbende daardoor niet meer is aangewezen op een uitkering op grond van de WWB, IOAW of IOAZ. Deze voorwaarde is niet van toepassing indien het college gedeeltelijke ontheffing van de arbeidsplicht op grond van artikel 9 lid 2 en/of 4 WWB heeft verleend. 3.. De werkgever dient geen doelstellingen te beogen of activiteiten te ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde. Doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de werkgever leveren geen discriminatie op wegens godsdienst, levensovertuiging, ras, geslacht, seksuele geaardheid of welke grond dan ook, behoudens het onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand. 4.. De belanghebbende voor wie loonkostensubsidie wordt aangevraagd, behoort in de periode direct voorafgaand aan de aanvang van de arbeidsovereenkomst tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 5. 5.. Van de persoon die behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 5 en voor wie loonkostensubsidie wordt gevraagd, moet het college voor datum indiensttreding hebben vastgesteld dat loonkostensubsidie noodzakelijk is om inschakeling in een reguliere dienstbetrekking te realiseren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel