Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
de warenmarkt: de door het college van burgemeester en wethouders
ingestelde warenmarkt;
het marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek
toegankelijke oppervlakte grond, die bij of krachtens artikel van de
Marktverordening Velsen 2006, is aangewezen voor het uitoefenen van
de markthandel;
een standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het
marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de
markthandel;
vaste standplaats: de standplaats die op een markt voor onbepaalde
tijd ter beschikking is gesteld aan de vergunninghouder;
dagplaats: de standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt
gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste
standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
standwerken: de activiteit waarbij een vergunninghouder publiek om
zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende
uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel,
over het door hem te verkopen artikel een aansprekende uiteenzetting
houdt en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot
aankoop van dat artikel te bewegen;
standwerkerplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking
wordt gesteld om te standwerken;
(standplaatshouder of) vergunninghouder: degene aan wie door het
college van burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor
het innemen van een standplaats;
een jaar en een kwartaal: respectievelijk een kalenderjaar en een
kalenderkwartaal;
een maand en een dag: respectievelijk een kalendermaand en een
kalenderdag.
Een gedeelte van een dag of van een vierkante meter wordt voor een
gehele gerekend.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2012