Overeenkomstig hetgeen in de volgende artikelen is bepaald, worden rechten geheven onder de naam van:
havengeld, voor het met het vaartuigen ligplaats nemen of voor anker gaan in de voor de openbare dienst bestemde havens;
kadegeld, voor het gebruik van de bij de havens behorende, voor de openbare dienst bestemde, kaden en wallen van de gemeente, voor de tijdelijke opslag van goederen;
liggeld, voor het hebben van een door het college van burgemeester en wethouders op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek aangewezen vaste ligplaats in de havens;
Jachtwerfgeld, voor het hebben van een werf in een deel van een haven waaraan vaartuigen aanmeren om te worden gerepareerd of te worden onderhouden;
winterliggeld voor bedrijfsvaartuigen ten behoeve van het personenvervoer, voor het hebben van een door het college van burgemeester en wethouders op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek aangewezen vaste ligplaats, zonder bewoning, in de havens in de periode van 15 oktober tot 15 april van het daaropvolgende kalenderjaar;
fschutgeld, voor pleziervaartuigen die niet overnachten in de gemeente maar wel gebruik maken van de Arkersluis en gebruik maken van de jachthaven.
Artikel 2.
Belastbaar feit.
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van haven-, kade- en liggelden 2012