Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Toeslagenverordening

1 De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander of indien er voor een verzorgingsbehoeftige en zijn verzorgende sprake is van uit verzorgingsbehoeftigheid voortvloeiende extra kosten. 2 De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft en voor de verzorgingsbehoeftige en de verzorgende bepaald op het in artikel 33, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag. Bij toepassing van het bepaalde in de vorige volzin wordt ten aanzien van de alleenstaande ouder zijn verdienend kind onder de 21 jaar niet als medebewoner beschouwd. 3. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande ouder op wie het tweede lid niet van toepassing is 10% van het netto minimumloon. 4. De toeslag als bedoeld in het derde lid is niet van toepassing op de alleenstaande zwervende dakloze. Hoofdstuk 4 Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm of de toeslag

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel