Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Algemene begrippen

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Zwolle 2012

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: wet: de Wet werk en bijstand; Wij: de Wet investeren in jongeren; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle; langdurigheidstoeslag: de toeslag als bedoeld in artikel 36 van de wet; referteperiode: een ononderbroken periode van 36 kalendermaanden direct voorafgaand aan de peildatum; peildatum: indien belanghebbende voor het eerst een aanvraag langdurigheidstoeslag indient; de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand waar in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat; indien belanghebbende eerder een langdurigheidstoeslag heeft ontvangen, de eerste dag van de 13e kalendermaand gerekend vanaf de peildatum die bij de eerdere toekenning is gehanteerd. peilmaanden: de 1e maand, 12e maand, 24e maand en de 36e maand voorafgaande aan de peildatum; norm: bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, het bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zoals bedoeld in artikel 5 onder b van de wet; het bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan wordt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder vermeerderd met de toeslag; de uitkomst van het gestelde onder 1° en 2° wordt verminderd met de in de wet geldende vakantietoeslag; toeslag: het bedrag van de toeslag als bedoeld in artikel 25, 26 en 27 van de wet voor zover deze toeslag op de situatie van belanghebbende van toepassing is; inkomen: het inkomen van belanghebbende zoals bedoeld in artikel 32 en 33 lid 1 van de wet verminderd met de ontvangen vakantietoeslag. Tot het inkomen wordt ook gerekend de bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zoals genoemd in artikel 5 onder b van de wet. Bij een gehuwde wordt uitgegaan van de som van het inkomen van belanghebbende en zijn partner; partner: de persoon met wie de belanghebbende tijdens de referteperiode of op de peildatum al of niet gehuwd een gezamenlijke huishouding voert in de zin van artikel 3 van de wet; vermogen: het vermogen van belanghebbende zoals bedoeld in artikel 34 van de wet. Bij een gehuwde wordt uitgegaan van de som van het vermogen van belanghebbende en zijn partner.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel