**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
wet: de Wet werk en bijstand;
Wij: de Wet investeren in jongeren;
college: het college van burgemeester en wethouders van de
gemeente Zwolle;
langdurigheidstoeslag: de toeslag als bedoeld in artikel 36
van de wet;
referteperiode: een ononderbroken periode van 36
kalendermaanden direct voorafgaand aan de peildatum;
peildatum:
indien belanghebbende voor het eerst een aanvraag
langdurigheidstoeslag indient; de eerste dag van de kalendermaand
volgend op de maand waar in enig jaar het recht op de
langdurigheidstoeslag ontstaat;
indien belanghebbende eerder een langdurigheidstoeslag heeft
ontvangen, de eerste dag van de 13e kalendermaand
gerekend vanaf de peildatum die bij de eerdere toekenning is
gehanteerd.
peilmaanden: de 1e maand, 12e maand,
24e maand en de 36e maand voorafgaande
aan de peildatum;
norm: bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van het
bestaan,
het bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van
het bestaan zoals bedoeld in artikel 5 onder b van
de wet;
het bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van
het bestaan wordt voor een alleenstaande of een
alleenstaande ouder vermeerderd met de toeslag;
de uitkomst van het gestelde onder 1° en 2° wordt
verminderd met de in de wet geldende
vakantietoeslag;
toeslag: het bedrag van de toeslag als bedoeld in artikel
25, 26 en 27 van de wet voor zover deze toeslag op de
situatie van belanghebbende van toepassing is;
inkomen: het inkomen van belanghebbende zoals bedoeld in
artikel 32 en 33 lid 1 van de wet verminderd met de
ontvangen vakantietoeslag. Tot het inkomen wordt ook
gerekend de bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten van
het bestaan zoals genoemd in artikel 5 onder b van de wet.
Bij een gehuwde wordt uitgegaan van de som van het inkomen
van belanghebbende en zijn partner;
partner: de persoon met wie de belanghebbende tijdens de
referteperiode of op de peildatum al of niet gehuwd een
gezamenlijke huishouding voert in de zin van artikel 3 van
de wet;
vermogen: het vermogen van belanghebbende zoals bedoeld in
artikel 34 van de wet. Bij een gehuwde wordt uitgegaan van
de som van het vermogen van belanghebbende en zijn
partner.