Vrijstellingsbepaling.
Het recht als bedoeld in artikel 1 wordt niet geheven voor:
een vaartuig in dienst van de gemeente Oss en/of ten dienste van het havenbedrijf werkzaam;
een vaartuig in dienst van het Rijk, mits geen personen of goederen tegen betaling worden vervoerd;
een Rode Kruis-vaartuig en een vaartuig, erkend als uitsluitend gebezigd en uitgerust voor een godsdienstige, menslievende of wetenschappelijke bestemming;
een vaartuig, met een waterverplaatsing van minder dan 5 m3;
een vaartuig, dat door ijsgang of andere redenen van overmacht zijn reis niet kan beginnen of vervolgen, mits het niet laadt of lost;
voor een vaartuig, waarvoor reeds havengeld is geheven, wordt geen verder recht geheven indien het door ijsgang of andere redenen van overmacht, zijn reis niet kan beginnen of vervolgen;
ijsgang wordt gerekend te beginnen met de dag, waarop van rijkswege de betonning wordt weggenomen en op te houden met de dag, waarop de betonning wordt herplaatst;