**1..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde
betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom;
de wet: de Wet werk en bijstand;
- alleenstaande: een alleenstaande als bedoeld in artikel 4, lid 1, sub a, van de wet;
alleenstaande ouder: een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, lid 1, sub b, van de wet;
gehuwden: gehuwden als bedoeld in artikel 3 van de wet;
bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, sub c, van de wet;
peildatum: datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat;
referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum;
inkomen:het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede “een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen als “de referteperiode”, waarbij een bijstandsuitkering, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op
langdurigheidstoeslag als inkomen wordt gezien;
vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet op de peildatum;
minimumloon: het bruto minimumloon als bedoeld in artikel 8, lid 1, sub a, van de Wet minimumloon en
en minimumvakantiebijslag.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Artikel 1.
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012