**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of openbare veiligheid aan
degene die zich gedraagt in strijd met de wettelijke bepalingen, als in de bijlage bij deze
verordening genoemd, een verbod opleggen zich te bevinden in een door het college
aangewezen gebied en de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en
inrichtingen;
**2..** Het verbod geldt gedurende de in de bekendmaking van het besluit tot het opleggen
van een gebiedsontzegging genoemde periode van ten hoogste twee weken.
**3..** Voor zover de carnavalsdagen, nieuwjaarsdag, eerste en tweede paasdag, hemelvaartsdag,
eerste en tweede pinksterdag en eerste kerstdag en tweede kerstdag, niet samenvallen
met het in het tweede lid genoemde tijdvak, kan de burgemeester het verbod om zich in
een door het college aangewezen gebied en daarin gelegen voor publiek toegankelijke
gebouwen en inrichtingen te bevinden tevens opleggen voor deze dagen;
**4..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of openbare veiligheid aan
diegene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien
van wie binnen zes maanden na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij
zich opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste lid bedoelde wettelijke bepalingen, een
verbod opleggen zich te bevinden in een door het college aangewezen gebied en in de
daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en inrichtingen op de door de
burgemeester aangewezen tijdstippen voor een tijdvak van ten hoogste twaalf weken.
**5..** De burgemeester kan bepalen dat aan de gebiedsontzegging nadere voorschriften worden
verbonden.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 1
Artikel 2.1.1.2a
Gebiedsontzeggingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Helmond 2008