Naar hoofdinhoud

Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2.3.1.7

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Helmond 2008

1.. De burgemeester weigert de exploitatievergunning indien: de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan; de ondernemer of één van de leidinggevende betrokken is geweest bij de exploitatie van een openbare inrichting, afhaalcentrum of growshop welke wegens de verstoring of dreigende verstoring van de openbare orde, binnen drie jaar voor het indienen van de liggende aanvraag, gesloten is geweest; een leidinggevende de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet overeenkomt met het in de aanvraag vermelde; het in artikel 2.3.1.2, vierde lid of vijfde lid gestelde maximum aantal is bereikt. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester de exploitatievergunning weigeren indien: een leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de aanwezigheid van de inrichting leidt tot een ontoelaatbare verstoring van het woon- en leefklimaat; in de inrichting middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet worden gebruikt of, al dan niet tegen betaling, worden verstrekt dan wel zullen worden gaan gebruikt of verstrekt. 3.. Bij de toepassing van de in het tweede lid onder b genoemde weigeringsgrond wordt rekening gehouden met: het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen; de aard van de inrichting; de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel