Naar hoofdinhoud

Afdeling 3 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.3.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Helmond 2008

In deze paragraaf wordt verstaan onder: de wet: de Wet op de kansspelen. Speelautomatenbesluit: het Koninklijk Besluit van 23 mei 2000 (Stb. 2000, 223). speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet; behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30 onder b, van de Wet; kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat is; speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder c, van de wet; hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d van de wet; laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e van de wet; aanwezigheidsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 30b van de wet; ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die een speelautomatenhal, een hoogdrempelige inrichting of een laagdrempelige inrichting exploiteert en de wettelijk vertegenwoordiger van die rechtspersoon; speelautomatenexploitant: degene die ingevolge de vergunning, verleend door de minister van Economische Zaken, als bedoeld in artikel 30h van de wet, speelautomaten exploiteert; beheerder: degene die belast is met het dagelijkse toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel