Naar hoofdinhoud

Afdeling 3 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.3.13

Intrekkingsgronden exploitatievergunning speelautomatenhal

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Helmond 2008

In afwijking van het bepaalde in artikel 1.6, kan de burgemeester de exploitatievergunning intrekken: indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens en bescheiden is verleend; indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd, dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2.3.3.10, eerste lid onder e; indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode langer dan zes maanden is of wordt onderbroken; indien aannemelijk is dat de ondernemer of de beheerder betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen van het woon- of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal; indien de ondernemer strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd; indien zich in de speelautomatenhal anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de speelautomatenhal gevaar oplevert voor de openbare orde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel