Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 2.4.17

Loslopende honden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Helmond 2008

1.. Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond, alsmede hij die een hond onder zijn hoede heeft, verboden die hond: zich onaangelijnd binnen een door het college aangewezen gebied te laten bevinden; zich te laten bevinden op door het college aangewezen plaatsen; op openbare plaatsen te laten verblijven of te laten lopen zonder halsband voorzien van naam en adres van de eigenaar, houder of verzorger. 2.. Van het verbod zoals gesteld in het eerste lid onder a zijn, indien het een bosgebied betreft, vrijgesteld de leden van een vereniging, die zich de africhtingssport van honden ten doel stelt, uitsluitend voor zover het de aan de vereniging toegewezen afgebakende oefenterrein betreft. 3.. Het college kan, al dan niet onder het stellen van voorschriften, ontheffing verlenen van het gestelde in het eerste lid onder a, onder meer ten behoeve van africhtingsexamens of oefeningen daarvoor, danwel indien het revierterreinen van hondenverenigingen betreft. 4.. Van het verbod als gesteld in het eerste lid onder b zijn vrijgesteld de bewoners van woningen, welke direct grenzen aan de aangewezen plaats of die daarbinnen woonachtig zijn en deze plaats moeten betreden om hun woning te bereiken of te verlaten. 5.. De verboden als gesteld in het eerste lid onder a en b gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.

Rechtspraak bij dit artikel