Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens verordeningen
bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven - indien en voor zover het gebod of verbod
waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening
en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende vijf jaren na de
inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
Aanvragen om vergunning zoals bedoeld in de artikelen 2.1.5.1a, derde lid, 2.1.5.2, 2.1.5.3 en 4.4.2 of een ontheffing zoals bedoeld in artikel 4.3.3, die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van het besluit tot derde wijziging van deze verordening, worden
afgehandeld volgens het recht zoals dat gold voor het tijdstip waarop artikel 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is getreden.
Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6.4,
tweede lid, blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften
en bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet
eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende vijf jaren na de inwerkingtreding
van deze verordening van kracht.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om
een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op grond van een verordening bedoeld
in artikel 6.4, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige
bepaling van de onderhavige verordening toegepast.
Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing,
bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede
lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen
de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening
bedoeld in artikel 6.4, tweede lid.
In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een vergunning of ontheffing - hoe
ook genaamd - van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een,
krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste,
vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van
de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.
Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens
deze verordening en niet voorkomend in een verordening als bedoeld in artikel 6.4,
tweede lid, zijn niet van toepassing:
gedurende acht weken na het in werking treden van deze verordening;
ook na de onder a. bepaalde termijn, voor zover degene die de vergunning of ontheffing
nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk
op deze aanvraag is beslist.
De intrekking van de verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, heeft geen gevolgen
voor de geldigheid van op basis van die verordeningen genomen nadere regels,
beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop deze
besluiten van algemene strekking zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en
voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.