De Algemene kamer bestaat uit een voorzitter en vier leden. De
Kleine commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden.
De voorzitter en de leden worden door het college benoemd,
geschorst en ontslagen. Het college benoemt een
(plaatsvervangend) voorzitter en (plaatsvervangende) leden met
in achtneming van het door de raad, het college en de
burgemeester vastgesteld competentieprofiel.
De commissie regelt de vervanging van de voorzitter bij
ontstentenis van voorzitter en plaatsvervangend voorzitter.
Artikel 4
Samenstelling van de commissie
Onderdeel van Verordening commissie bezwaarschriften (Algemene wet bestuursrecht)