Het college stelt op voorstel van de geïndiceerde de hoogte van de
subsidie aan de werkgever vast.
De berekening van de hoogte van de loonkostensubsidie wordt
vastgesteld op basis van de loonwaarde (procentuele inschatting
verdiencapaciteit van de Wsw-geïndiceerde in vergelijking met een
werknemer zonder arbeidsbeperking).
Ingeval een voorgestelde loonkostensubsidie niet hoger is dan 50%
van het bruto loon (inclusief een vast percentage voor
werkgeverslasten van 30%) van de Wsw-geïndiceerde, wordt de
loonkostensubsidie door het college op dat bedrag vastgesteld.
Indien bij toepassing van het vorige lid het college gerede twijfel
heeft over de juiste hoogte van de loonwaarde respectievelijk de
loonkostensubsidie, vindt (in afwijking van het vorige lid) een
loonwaardeonderzoek plaats, op basis waarvan de hoogte van de
loonkostensubsidie wordt vastgesteld. Daarbij wordt een
arbeidsdeskundige van de gemeente Groningen ingeschakeld.
In ieder geval vindt een loonwaardeonderzoek plaats als de
voorgestelde hoogte voor een loonkostensubsidie hoger is dan het
percentage genoemd in het tweede lid.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 en 11 van deze
verordening vindt een keer per jaar een loonwaardebepaling plaats in
geval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd.
Artikel 5
Wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de werkgever
Onderdeel van VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WET SOCIALE WERKVOORZIENING