Naar hoofdinhoud

Artikel 17.

Financiering / Treasury

Onderdeel van Treasurystatuut 2009

Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een treasurystatuut aan. Het statuut wordt door de raad vastgesteld. In het treasurystatuut wordt aandacht besteed aan: taken en bevoegdheden; verantwoordingsrelaties en bijhorende informatievoorziening. Bij de programmabegroting en de gemeenterekening wordt ingegaan op, de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende drie jaar, de rentevisie en de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de treasuryfunctie en de limieten voor het opnemen van kredieten in rekening-courant, het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen en het aantrekken van langlopende geldleningen. Naast de wijziging van de Financiële verordening artikel 212 hebben zich sinds de vaststelling van het Treasurybesluit 2004 een aantal andere zaken voorgedaan die noodzaken tot het opstellen van een herzien treasurystatuut. Dit zijn onder meer: ·De wijziging van Wet financiering decentrale overheden (fido) eind 2008 naar aanleiding van de evaluatie van de wet. De wijzigingen betreffen een andere berekenwijze van de zogenaamde renterisiconorm en het afschaffen van de kwartaalrapportages aan de provincie. Slechts indien de kasgeldlimiet langer dan wettelijk is toegestaan wordt overschreden, dient de toezichthouder op de hoogte gebracht te worden. En recentelijk (april 2009) is de uit de wet Fido voortvloeiende Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden aangescherpt na het debacle rondom de beleggingen door decentrale overheden in IJsland in het najaar van 2008 op het gebied van uitzettingen. Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2009-2012 zijn spelregels vastgesteld om grenzen aan de omvang van de financieringsportefeuille vast te leggen als onderdeel van het strategisch financieel beleid. De regels krijgen nu een plaats in dit statuut. In het Treasurybesluit 2004 zijn de taken en bevoegdheden met betrekking tot de treasurywerkzaamheden (zoals het betalingsverkeer) slechts summier opgenomen. Mede naar aanleiding van opmerkingen van de accountant worden deze zaken nu uitvoeriger opgenomen. In de financiële verordening artikel 212, vastgesteld in 2003, was opgenomen dat de inzet van derivaten nadrukkelijk uitgesloten was. De financieringsbehoefte van de Gemeente Enschede was destijds erg klein en het inzetten van derivaten leek geen toegevoegde waarde te hebben. Derivaten kunnen echter bijdragen aan een meer flexibele wijze van financieren. Ook kan eventueel door de inzet van derivaten de momenteel verslechterderde situatie op de kapitaalmarkten (hoge rentestanden en illiquide markt) worden omzeild. Daarom worden in dit Treasurystatuut derivaten toegevoegd aan de mogelijk in te zetten financieringsinstrumenten. Bij deze wordt het treasurystatuut 2009 aan de raad voorgelegd. Dit treasurystatuut 2009 sluit aan op het gestelde in: de nota reserves en voorzieningen 2009 de nota weerstandsvermogen en risicomanagement 2009 de nota activeren en afschrijven. In dit statuut staan vele vaktermen vermeld. Derhalve is in bijlage 1 een verklarende woordenlijst opgenomen waarin de schuin gedruktewoorden uit het statuut worden toegelicht. 1.Treasurystatuut Gemeente Enschede

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel