Er worden grenzen aan het treasurybeleid gesteld door:
Er worden slechts financieringen aangetrokken voor investeringen. Derhalve worden geen financieringen aangetrokken voor reguliere gemeentelijke exploitatie-uitgaven.
De omvang van de opgenomen leningenportefeuille is te allen tijde kleiner dan de balanswaarde van de materiële vaste activa en de verkoopbare financiële vaste activa.
In principe bedragen de rentelasten van de opgenomen langlopende leningenportefeuille niet meer dan 5% van het begrotingstotaal.