Indien voor de belanghebbende een combinatie van een toeslag op grond van artikel 2:1 en een of meer verlagingen op grond van de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 20% van het netto minimumloon.
Indien voor de belanghebbende meer dan één verlaging op grond van de artikelen 3:1, 3:2, 3:3, 3:4 en 3:5 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 20% van het netto minimumloon.
Jegens een belanghebbende kan niet gelijktijdig gebruik gemaakt worden van artikel 3:4 en 3:5, in gevallen waarbij zowel artikel 3:4 als artikel 3:5 van toepassing is prevaleert artikel 3:4.
**4..** Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid laat onverlet de toepassing van het gestelde in artikel 18, eerste lid van de wet.