**1..** De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het aantal
kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.
**2..** Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
meters water, dat in de aan het belastingtijdvak voorafgaande
verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is
opgepompt.
**3..** Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling
van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van
enig andere wettelijke bepaling.
**4..** De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
is afgevoerd.
**5..** Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel
niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231,
tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoeld ambtenaar
vastgesteld op basis van het waterverbruik van vergelijkbare
huishoudens.
**6..** In afwijking van de voorgaande leden van dit artikel wordt bij
incidentele lozingen van beperkte duur, daar waar het gaat om
machinaal lozen van water uit bouwputten op de riolering van de
gemeente, hetzij direct, hetzij indirect, het recht als bedoeld in
artikel 2 geheven per lozingspunt.