1. Naast personen als bedoeld in artikel 22 van de wet, komt ook de
ouder waarvoor een noodzaak tot kinderopvang is vastgesteld als
gevolg van sociale of medische noodzakelijkheid in aanmerking voor
een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang.
2. Het college wijst een onafhankelijke instantie aan voor het
vaststellen van de noodzaak van de kinderopvang zoals bedoeld in het
eerste lid.
3. Na maximaal 12 kalendermaanden, gerekend vanaf de ingangsdatum
van de tegemoetkoming, vindt een herbeoordeling plaats van de
noodzaak van de kinderopvang.
4. Van de ouder wordt een bijdrage in de kosten van de kinderopvang
gevraagd afhankelijk van het toetsingsinkomen.
5. Voor de bepaling van de hoogte van de bijdrage als bedoeld in lid
4 wordt de tabel gebruikt voor het betreffende kalenderjaar, zoals
opgenomen in het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming in
kosten kinderopvang, de Regeling indexering kinderopvang en de
daarbij behorende bijlage.
6. Het college kan beleidsregels vaststellen voor de nadere
uitwerking van artikel 3.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Tegemoetkoming op grond van sociaal medische indicatie
Onderdeel van Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Leiderdorp 2012