Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Tegemoetkoming op grond van sociaal medische indicatie

Onderdeel van Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Leiderdorp 2012

1. Naast personen als bedoeld in artikel 22 van de wet, komt ook de ouder waarvoor een noodzaak tot kinderopvang is vastgesteld als gevolg van sociale of medische noodzakelijkheid in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang. 2. Het college wijst een onafhankelijke instantie aan voor het vaststellen van de noodzaak van de kinderopvang zoals bedoeld in het eerste lid. 3. Na maximaal 12 kalendermaanden, gerekend vanaf de ingangsdatum van de tegemoetkoming, vindt een herbeoordeling plaats van de noodzaak van de kinderopvang. 4. Van de ouder wordt een bijdrage in de kosten van de kinderopvang gevraagd afhankelijk van het toetsingsinkomen. 5. Voor de bepaling van de hoogte van de bijdrage als bedoeld in lid 4 wordt de tabel gebruikt voor het betreffende kalenderjaar, zoals opgenomen in het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming in kosten kinderopvang, de Regeling indexering kinderopvang en de daarbij behorende bijlage. 6. Het college kan beleidsregels vaststellen voor de nadere uitwerking van artikel 3.

Rechtspraak bij dit artikel