Deze verordening verstaat onder:
markt: de wekelijkse warenmarkt welke de daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden;
standplaats: een aan de belastingplichtige ter beschikking gestelde plaats op de markt;
vaste plaats: een standplaats die tot wederopzeggens ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder;
seizoenplaats:
een standplaats waarop tijdens een gedeelte van het jaar seizoengebonden producten worden verkocht
dagplaats: een standplaats, niet zijnde een vaste standplaats;
vergunninghouder: degene aan wie door of namens het college van burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats.