Bij het vervangen van een gedenkteken op de particulier graf gelden de volgende maatvoeringen.
Staand gedenkteken: hoogte maximaal 140 cm en minimaal 80 cm x 8-12 cm dik. De hoogte wordt gerekend vanaf het maaiveld. De breedte is afhankelijk van de volgende indeling:
vakken 1H, 1J, 1K, 2C, 2L, 2S, 2V, 3K, 3M, 3R, 3T,3U, 4N, 4P, 4Q,
4V, 4W, 4Y en 4Z: 85 cm breed;
vakken 1A, 1B en 3A: 80 cm breed;
vakken 2D, 3E en 4F: 75 cm breed.
Liggend gedenkteken: lengte maximaal 185 cm en minimaal 60 cm x 8-12 cm dik. De breedte is gelijk aan de breedte van een staande steen met bijbehorende indeling als bedoeld in het voorgaande lid.
Het plaatsen van een voetstuk bij een staand gedenkteken is toegestaan. Daarbij is de maximale hoogte van het gedenkteken inclusief het voetstuk.
HOOFDSTUK V SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 27
Gedenktekens die al geplaatst zijn voor de inwerkingtreding van deze voorschriften of waarvoor voor de inwerkingtreding vergunning was verleend, en die afwijken van de bepalingen in deze voorschriften, mogen geplaatst blijven, respectievelijk geplaatst worden. Men kan hieraan geen rechten ontlenen voor nog aan te vragen vergunningen tot het plaatsen van een gedenkteken.
Artikel 28
De beheerder kan conform de bepalingen in artikel 27 van de Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen een gedenkteken direct verwijderen.
Artikel 29
Deze voorschriften treden in werking op 1 januari 2011.
Deze voorschriften kunnen worden aangehaald als ‘Uitvoeringsbesluit begraafplaats Kranenburg en Meppelerstraatweg’.
TOELICHTING UITVOERINGSBESLUIT BEGRAAFPLAATS KRANENBURG EN MEPPELERSTRAATWEG
Artikel 1
De gemeente is verantwoordelijk voor het aanbrengen van beplanting en het onderhoud van het graf, waarbij rekening wordt gehouden met het ecologisch beleid. Op deze wijze zorgt de gemeente voor een duidelijke eenheid in het beheer en komt de uitstraling van de begraafplaats ten goede komt. Het is niet toegestaan zelf beplanting op het graf aanbrengen. Als de rechthebbende of belanghebbende niet tevreden is over de aangebrachte beplanting, kunnen ze in overleg met de beheerder andere aangeboden beplanting op het graf laten aanbrengen. Voor het onderhoud van het graf betaalt de rechthebbende jaarlijks een onderhoudsbijdrage.
Artikel 2
Het is niet verplicht een gedenkteken te plaatsen. Het graf wordt dan geheel van beplanting voorzien. Het graf voorzien van losse materialen zoals grind, kiezels, boomschors, e.d. is niet toegestaan. Deze materialen gaan ten koste van de vaste beplanting en belemmeren het onderhoud van het graf. Ook geeft dit de begraafplaats een rommelige uitstraling.
Het gedenkteken moet vorst- en breukbestendig en een bepaalde gebruiksduur hebben. Daarom mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt. Omdat de grafrusttermijn 10 jaar is, wordt de minimale gebruiksduur ook op 10 jaar gesteld.
Er is soms behoefte een oud gedenkteken te vervangen voor een soortgelijk gedenkteken. Dit is mogelijk ondanks dat het gedenkteken niet conform de geldende regelgeving is. Uiteraard geldt deze bepaling niet na heruitgifte van een graf.
Artikel 3
Losse voorwerpen op een graf zijn niet wenselijk. Ze belemmeren het onderhoud van het graf, zijn diefstalgevoelig en geven de begraafplaats een rommelige uitstraling. Daarnaast brengen glas en andere makkelijk breekbare voorwerpen een veiligheidsrisico met zich mee. Het plaatsen van lantarentjes, windmolens, e.d. op een graf heeft breed ingang gevonden. Een absoluut verbod past daarom niet meer in de huidige tijd. Het is daarom toegestaan voor een periode van maximaal 5 jaar losse voorwerpen die geen deel uitmaken van het gedenkteken op het graf te plaatsen.
Ter voorkoming dat men gereedschappen en andere onderhoudsartikelen bij het graf bewaart, mag de beheerder deze voorwerpen zonder vooraankondiging van een graf verwijderen. De beheerder bewaart deze en andere verwijderde voorwerpen (geen bloemen en beplanting) gedurende een redelijke termijn. Als geconstateerd wordt dat een los voorwerp op het graf is geplaatst dat niet voldoet aan de regeling wordt de rechthebbende aangeschreven met het verzoek het voorwerp binnen een redelijke termijn te verwijderen. Als hierop niet wordt gereageerd, verwijdert de beheerder het voorwerp en neemt het een redelijke termijn in bewaring.
Artikel 4
Door het aanbrengen van het grafnummer op gelijke hoogte in de linkerzijkant van het gedenkteken, wordt de vindbaarheid van een graf vergemakkelijkt. Werkzaamheden aan een gedenkteken kunnen de bedrijfsvoering van de begraafplaats belemmeren. Daarom mogen op de begraafplaats werkzaamheden aan een gedenkteken alleen met toestemming worden verricht. In verband met het ecologisch beleid mag men op de begraafplaats het gedenkteken alleen met water en een borstel schoonmaken.
Artikel 5
Om schade aan het gedenkteken of volgschade te voorkomen, moet het gedenkteken een deugdelijke constructie en fundering hebben. Afhankelijk van het soort gedenkteken kan de fundering een voorgestorte betonfundering of keepstuk zijn.
Artikel 6 t/m 9
Voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken is een vergunning van burgemeester en wethouders nodig. De rechthebbende of belanghebbende als het een algemeen graf betreft, vraagt deze vergunning aan. Voor de uitbreiding van een opschrift of inscriptie van een bestaand gedenkteken of sluitsteen is geen vergunning nodig. Uiteraard is wel voor het verwijderen en (her)plaatsen van het gedenkteken vooraf toestemming van de beheerder nodig. Om overzicht op de verleende vergunningen te houden, moet het gedenkteken binnen één jaar na de datum van verlening van de vergunning zijn geplaatst.
Artikel 10
In een algemeen graf kunnen maximaal drie overledenen worden begraven. Voor elke overledene is er de mogelijkheid tot het plaatsen van een gedenkteken. Dit gedenkteken moet daarom aan de voorgeschreven afmeting voldoen. De voorschriften zoals die gelden voor het gedeelte waar zich het algemene graf bevindt, gelden ook voor de uitvoering van het algemene gedenkteken.
Artikel 11
In een open nis is het gebruik van een sierurn vanuit esthetisch oogpunt verplicht. Ter voorkoming van diefstal moet de urn deugdelijk in de nis worden bevestigd. Vanwege de geringe afmetingen van de sluitplaat mogen er geen voorwerpen, behalve een foto, op worden aangebracht.
Artikel 12
Het Parkgedeelte van de begraafplaats Kranenburg is het oudste gedeelte. Bij de eerste uitgifte van deze graven werd een klassensysteem gehanteerd dat gevolgen had voor de afmetingen van de graven. Bij de heruitgifte van deze graven wordt hiermee nog steeds rekening gehouden omdat het praktisch gezien onmogelijk is om tot uniforme afmetingen van de graven te komen. Om het oorspronkelijke karakter van dit gedeelte te behouden, gelden strikte voorwaarden voor de gedenktekens. Er is een verplicht gebruik van natuursteen en er gelden dwingend voorgeschreven vormen van de gedenktekens. Binnen de vorm van het gedenkteken is men wel vrij in de verdere modellering van het gedenkteken. Het is daarom toegestaan bij het plaatsen van een gedenkteken of op een bestaand gedenkteken voorwerpen, zoals een bronzen plaatje, erop aan te brengen. Het voorwerp moet wel aan het gedenkteken verankerd zijn.
Artikel 13 en 14
Het Bosgedeelte heeft een uitstraling van natuurbegraafplaats. Hierin past het beleid om het gedenkteken op te laten gaan in de natuur. De eisen die gesteld worden aan het gedenkteken zijn gericht hierop gericht. Het is mogelijk op een (bestaand) gedenkteken voorwerpen, zoals een bronzen plaatje, aan te brengen. Het voorwerp moet wel aan het gedenkteken verankerd zijn. Voor een staand gedenkteken geldt een voorgeschreven dikteafmeting. Om het plaatsen van zuiltjes, zwerfkeien, e.d. ook mogelijk te maken mag van de voorgeschreven afmeting worden afgeweken.
Artikel 15 t/m 17
Het Hagenpark kenmerkt zich door minder strikte voorschriften voor de gedenktekens. Binnen de gestelde regels is er een grote vrijheid ten aanzien van het model van het gedenkteken en de bewerkingen. Het is mogelijk op een (bestaand) gedenkteken voorwerpen, zoals een bronzen plaatje, aan te brengen. Het voorwerp moet wel aan het gedenkteken verankerd zijn. Voor een standaard staand gedenkteken van natuursteen geldt een voorgeschreven dikteafmeting. Deze afmeting geldt niet als de vorm van het gedenkteken afwijkt zoals een zuiltje, of het gedenkteken (mede) van ander materiaal is vervaardigd. Het gedenkteken moet dan binnen een bepaald blok passen. Het islamitisch gedeelte op het Hagenpark is een onderdeel van dit gedeelte. Daarom zijn de regels voor het Hagenpark ook op dit gedeelte van toepassing. Echter, op het islamitische gedeelte is omranding om het graf wel toegestaan. Voor de omranding geldt een vaste maatvoering. Binnen de omranding is uitsluitend vaste beplanting die door de gemeente wordt aangebracht, toegestaan.
Artikel 18 t/m 20
Bij de uitbreiding van de begraafplaats met het Parnassusberg is ervoor gekozen binnen bepaalde afmetingen meer vrijheid te bieden voor de modellering van het gedenkteken. Naast de algemene bepalingen gelden er enkele beperkingen voor de bewerking van het gedenkteken. Het is mogelijk op een (bestaand) gedenkteken voorwerpen, zoals een bronzen plaatje, aan te brengen. Het voorwerp moet wel aan het gedenkteken verankerd zijn. Voor een standaard staand gedenkteken van natuursteen geldt een voorgeschreven dikteafmeting. Deze afmeting geldt niet als de vorm van het gedenkteken afwijkt zoals een zuiltje, of het gedenkteken (mede) van ander materiaal is vervaardigd. Het gedenkteken moet dan binnen een bepaald blok passen. Om tegemoet te komen aan de wens van nabestaanden is het vanaf 1 november 2004 mogelijk op het Parnassusberg en de latere uitbreidingen een foto op het gedenkteken aan te brengen. Hieraan zijn verder geen voorschriften meer verbonden.
Nieuw is het toestaan van omranding in bepaalde rijen. Omranding van een graf is alleen toegestaan als er geen of een staand gedenkteken op het graf is geplaatst. Voor de omranding geldt een voorgeschreven materiaalgebruik en afmeting. Men heeft daarbij de keuze uit een lange of korte omranding om het graf. Het bewerken van de omranding is toegestaan behalve het polijsten. Uitdrukkelijk is bepaald dat binnen de omranding de gemeente beplanting aanbrengt. Het opvullen van deze ruimte met losse voorwerpen of eigen beplanting is niet toegestaan. Op graven zonder omranding is dit evenmin toegestaan.
Artikel 21
Een galerijgraf wordt inclusief sluitsteen uitgegeven. De rechthebbende kan deze plaat voorzien van belettering en symbolen. In verband met de dikte van de sluitplaat is het ingraveren toegestaan tot maximaal 3 mm diep. Om de rechthebbende grote vrijheid te geven in het persoonlijk maken van de sluitsteen zijn er alleen maximale afmetingen en bevestigingseisen voor het aanbrengen van een foto en voorwerpen opgenomen. Het plaatsen van losse voorwerpen voor de galerijgraven is vanwege het risico tot het afvallen niet toegestaan.
Artikel 21A
Het kunstwerk, dat dienst doet als algemeen gedenkteken, is inclusief blanco bordjes geplaatst. Deze bordjes stelt de gemeente voor gravering beschikbaar. Een bordje is van glashelder acrylaat, formaat 200 x 60 x 6 mm met gepolijste zijkanten. De kunstenaar heeft voor de tekst een standaardlettertype en grootte bepaald. Ook heeft hij bepaald dat vanwege de reflecterende werking van het kunstwerk, de tekst en afbeelding niet mogen worden ingekleurd. Hij heeft het advies gegeven om een rustig beeld van het geheel te bewaren, de tekst en afbeelding symmetrisch vanuit het midden van het bordje te plaatsen. Het is mogelijk hiervan af te wijken als iemand dat wenst. Om de tekst en afbeelding zichtbaar te houden, moet dit binnen een bepaald kader worden aangebracht (lid 4). De afmeting van de tekst en afbeelding bedraagt daarom maximaal 60 mm x 140 mm. Het graveren van het bordje wordt via de gemeente geregeld. De aanvrager betaalt de kosten van het graveren. Ter voorkoming van een rommelig beeld, is het niet toegestaan losse voorwerpen bij het kunstwerk neer te leggen of te plaatsen. Het is alleen toegestaan losse bloemen bij het kunstwerk neer te leggen.
Artikel 22 t/m 24
Op de begraafplaats is een nieuw islamitisch gedeelte aangelegd. Op dit gedeelte gelden voor het gedenkteken dezelfde voorschriften als op het Parnassusberg. Het aanbrengen van omranding om het graf is op het gehele gedeelte toegestaan mits er geen liggend gedenkteken op het graf aanwezig is. Voor de omranding geldt een voorgeschreven materiaalgebruik en afmeting. Men heeft de keuze tussen een lange of korte omranding. Bewerking van de omranding is toegestaan behalve het polijsten. Uitdrukkelijk is bepaald dat binnen de omranding de gemeente beplanting aanbrengt. Het opvullen van deze ruimte met losse voorwerpen of eigen beplanting is niet toegestaan. Op graven zonder omranding is dit evenmin toegestaan.
Artikel 25 en 26
Op de begraafplaats Meppelerstraatweg is het plaatsen van een gedenkteken op een bestaand graf waarop geen gedenkteken (meer) staat, niet toegestaan. Op deze wijze is het mogelijk ruimte te creëren voor beplanting waardoor de begraafplaats een meer parkachtige uitstraling krijgt. Het vervangen of restaureren van het gedenkteken of het uitbreiden van het opschrift of de inscriptie is wel toegestaan.
Artikel 27
Deze overgangsbepaling is van toepassing op gedenktekens waarvoor voor inwerkingtreding al vergunning is verleend of zijn geplaatst.
Artikel 28
Een gedenkteken mag ingeval van directe gevaarzetting, beschadiging of noodzakelijk voor het beheer van de begraafplaats van een graf worden verwijderd.
Artikel 29
Deze voorschriften treden in werking op 1 januari 2011 en vervangen de ‘voorschriften grafbedekking op de begraafplaats Kranenburg en de begraafplaats Meppelerstraatweg’ inwerking getreden op 1 november 2004.
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit begraafplaats Kranenburg en Meppelerstraatweg.