Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
haven:
de Theodorushaven, bestaande uit:
de buitenhaven, omvattende de vaargeul binnen de strekdammen tot de schutsluis, vormende de toeleiding tot de binnenhaven van de Theodorushaven;
de binnenhaven, omvattende het havenkanaal vanaf de schutsluis tot aan het worteleinde met zwaaikom, met uitzondering van het niet-openbare gedeelte daarvan;
vaartuig:
elk drijvend lichaam dat blijkens zijn constructie is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van voorwerpen die al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmaken;
binnenschip:
een vaartuig - niet zijnde een pleziervaartuig - dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor de vaart op de binnenwateren;
pleziervaartuig:
een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden, niet zijnde een passagiersschip of een zeilend bedrijfsvaartuig;
passagiersschip:
een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen;
zeilend bedrijfsvaartuig:
een binnenschip dat met behulp van zeilen voortgestuwd wordt en dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen;
vrachtschip:
een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer van goederen;
vissersschip:
een vaartuig dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het vangen van vis, schaal- of schelpdieren uit binnen- en buitenwater;
sleepboot:
een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen;
containerschip:
een vrachtschip dat blijkens bouw en inrichting geheel of nagenoeg geheel is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer van containers;
container:
een laadkist als omschreven in de aanbeveling ISO 688-1979 als Series 1 freight containers van de International OrganizationforStandardization, voor zover de lengte tenminste 6,055 meter (1 TEU) bedraagt;
lading:
alle door het binnenschip geloste en ingenomen goederen en verpakkingsmateriaal, containers en trailers, doch zonder daarbij in aanmerking te nemen ballast, brandstof, proviand en andere voor eigen gebruik bestemde scheepsbenodigdheden, de handbagage van de opvarenden voor zover deze met de opvarenden op hetzelfde vaartuig vervoerd worden en schadelijke stoffen als bedoeld in art. 1 van de Wet voorkoming verontreiniging door die schepen (Staatsblad 1983, nr. 683);
laadvermogen:
het in kubieke meters uitgedrukte verschil tussen de waterverplaatsing van het vaartuig bij de maximaal toegelaten diepgang en die van het ledige vaartuig of de in tonnen uitgedrukte hoeveelheid goederen, welke het vaartuig maximaal mag laden;
meetbrief:
een document als bedoeld in artikel 4.1. van de Binnenvaartregeling;
oppervlakte:
het product van de lengte over alles en de grootste breedte, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;
lengte:
de lengte over alles, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;
waterverplaatsing:
de zoetwaterverplaatsing in m3, gelijk het product van 0,7, de lengte, de breedte en de grootst toegestane diepgang van het vaartuig;
termijn:
een in de tabel genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven plaatsvindt:
een dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren;
veertien dagen: een aaneengesloten tijdvak van 14 dagen;
een kwartaal: een aaneengesloten tijdvak van 90 dagen
een tijdvak vangt aan op de eerste dag om 0:00 uur;
ton:
een gewichtseenheid van 1.000 kilogram;
tabel:
de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel;
havenmeester:
de als zodanig door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar;
schipper:
de gezagvoerder van het vaartuig of zijn vervanger;
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van havengelden.